Ga naar de bovenkant van de pagina

Hoe analyseer je een tekst in de onderbouw van het Voortgezet Onderwijs?

Geschreven door nelleke1972 op 02 10 2011. Aantal keer gelezen: 9531. Permalink

Hoe analyseer je een tekst in de onderbouw van het Voortgezet Onderwijs?

Categorieën: Opleiding en School, Middelbare School.

Teksten analyseren is best wel lastig, en zeker voor brugklassers en leerlingen uit 2 en 3 Havo. Daarom heb ik onderstaande informatie verzameld en wil ik dat graag met jullie delen. Eerst leg ik uit wat inleiding, middenstuk en tekst is en daarna volgen er allerlei regels en tips. Veel succes!
Inleiding: Het eerste deel van een tekst. Hierin staat het onderwerp van de tekst. De functie van de inleiding is die van aandachtstrekker, de inleiding moet de lezer overhalen om de hele tekst te lezen. Middenstuk: Dit is het tweede deel van een tekst. Hierin worden de verschillende kanten of deelonderwerpen besproken. Soms is er één alinea per deelonderwerp, soms meer alinea’s over één deelonderwerp. Slot: Het laatste deel van een tekst. Hierin vind je vaak de hoofdgedachte van een tekst, want de bedoeling van het slot is dat de boodschap van de tekst goed blijft hangen. Bij nieuwsberichten ontbreekt vaak een slot. Hoe bepaal je de inleiding? • Bepaal tot en met welke alinea het onderwerp geïntroduceerd wordt (vaak met een voorbeeld, grappig verhaaltje of de aanleiding tot het schrijven van de tekst). • Let op: aan het begin van de tekst of alinea’s wordt afgesloten met een vraag, mening of aankondiging, want daar eindigt meestal de inleiding! Hoe bepaal je het middenstuk? • Kijk welke alinea’s over hetzelfde aspect gaan. • Als er in een alinea een nieuw aspect aan bod komt, begint daar een nieuw deelonderwerp. • ijk goed naar de eerste zin van een alinea en op signaalwoorden zoals: Een ander (verschil), nog een (probleem) en tenslotte. Hoe bepaal je het slot?: • Let op alinea’s waarin een samenvatting of de hoofdgedachte van een tekst wordt weergegeven, dat is het slot! • Vaak vind je dan signaalwoorden als: Kortom, al met al en dus. Hoe vind je de kernzin van een alinea? • Lees de eerste, tweede en derde zin van een alinea. • Stel vast in welke zin de belangrijkste informatie staat, dat is de kernzin. Een schrijver verdeelt een tekst in alinea’s om de informatie overzichtelijk te presenteren. Ook de alinea’s zelf zijn weer overzichtelijk opgebouwd. De belangrijkste informatie staat meestal in de eerste of soms in de laatste zin. Dat is de kernzin. In de andere zinnen in de alinea staat dan informatie of uitleg over de kernzin. Af en toe is de tweede zin de kernzin; maar dat is alleen als de eerste zin het verband met andere alinea’s aangeeft, iets als …………Maar er is nog een andere oplossing mogelijk. Verband in de tekst: woorden, zinnen en alinea’s hangen met elkaar samen. Je kunt verbanden vaak herkennen aan signaalwoorden! We zien de volgende verbanden: • chronologisch verband: beschrijft gebeurtenissen in de juiste tijdsvolgorde. signaalwoorden: vroeger, later, nu, eerst, daarna, vervolgens, nadat, terwijl, dadelijk, intussen. • opsommend verband: als dingen achter elkaar worden genoemd, een soort lijstje. Een opsomming wordt ook vaak aangegeven met liggende streepjes, getallen of dots. signaalwoorden: ten eerste, ten tweede, om te beginnen, ook (nog), bovendien, verder, tenslotte, en, niet alleen ………… maar (ook). •Tegenstellend verband: als er tegenovergestelde dingen worden genoemd. Signaalwoorden: tegenover, daarentegen, maar, hoewel, echter, toch, ofschoon, ondanks dat, aan de ene kant …… aan de andere kant. •Vergelijkend verband: er worden overeenkomsten en verschillen tussen zaken of personen beschreven. Signaalwoorden: Net als, even als, meer dan, groter dan, beter dan. • Concluderend verband: de schrijver geeft zijn conclusie over het onderwerp waarover hij heeft geschreven. Signaalwoorden: Kortom, dus, daarom, al met al, hieruit, volgt. • voorwaardelijk verband: een tekst beschrijft de voorwaarden waaronder iets gebeurt. Signaalwoorden: Als ……………dan, indien, mits, tenzij, wanneer, gesteld dat. • Redengevend verband: lijkt op het oorzakelijk verband. Het verschil is dat je bij een reden zelf een besluit kunt nemen om iets wel of niet te doen en bij een oorzaak niet. Signaalwoorden: omdat, daarom, dus, immers, want de reden hiervoor is. • Oorzakelijk verband: als er oorzaken en gevolgen in een tekst worden genoemd waaraan je niets kunt doen Signaalwoorden: door, doordat, daardoor, als gevolg van, zodat, dat komt door, het gevolg is, dus, dankzij. Als je deze regels leert toepassen is het gemakkelijker een tekst te analyseren! Heb jij ervaring met het analyseren van teksten? Deel je ervaringsverhaal op Grabbits!

Schrijf mee, deel mee en groei mee! Geld verdienen met Grabbits? Lees hier verder...


Ervaringsverhalen bij dit artikel:

Er zijn nog geen ervaringsverhalen bij dit artikel geschreven.

Top van de dag:

De… Vorige week
Zoekterm: Postcode Loterij…

Grabbits! maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak voor de bezoekers van haar website te vergroten, advertenties te beheren en haar website te analyseren. Door deze melding weg te klikken of gebruik te blijven maken van Grabbits! geef je toestemming voor het gebruik van cookies.

akkoordcookie verklaring