Ga naar de bovenkant van de pagina

De hemel uitgelegd

Geschreven door Maarten op 08 09 2011. Aantal keer gelezen: 3014. Permalink

De hemel uitgelegd

Categorieën: Wetenschap.

Dit stuk gaat over het grandioze visioen dat Johannes kreeg. Hij kreeg te zien hoe de hemel eruit zag. Wat moet het overweldigend geweest zijn om te ervaren. Om te begrijpen wat hij zag is het fijn om de betekenis van dingen te weten. Zo kom je tot de leuke ontdekking dat de hemel een verbintenis is van het oude en het nieuwe verbond.
In de Bijbel wordt er o.a. in Openbaring 4 gesproken over de hemel. De troon staat centraal en eromheen zijn mensen en wezens te zien. Het mooie is dat veel hiervan in het Oude Testament terug te vinden is als beeld hiervan. Nog mooier is dat er in de hemel en het heilige Jeruzalem de herstelde relatie van God en de mensheid wordt uitgebeeld. In deze studie leg ik de dingen uit die Johannes zag en welke verbanden ze hebben. De troon Ons idee van een troon is een mooie stoel die op een verhoging is geplaatst, eventueel met trapje, zoals in veel kastelen te zien is. In vers 6 wordt er echter gezegd dat er vier dieren in het midden en om de troon staan. Dat lijkt tegenstrijdig. Hoe kunnen de vier wezens tegelijkertijd in het midden van de troon en eromheen zijn? Laten we een andere Bijbelpassage erbij pakken om meer te weten te komen over de troon van God. In Jesaja 6 wordt de troon van God op een andere manier omschreven. Js. 6:1: In het jaar dat koning Uzzia stierf, zag ik de Heere zitten op een hoge en verheven troon, en de zomen van Zijn gewaad vulden de tempel. De troon van God is hoog en verheven en God zit erop. De troon moet dus worden beschouwd als een verticale troon waarop gezeten wordt door God. Het is mogelijk dat de troon hoog is en de serafs op halve hoogte van de troon (in het midden), net boven God, rondom de troon staan die nog een stukje doorloopt boven ze. Het is ook mogelijk dat ze recht boven de troon, in het midden, in een cirkel staan. Als laatste mogelijkheid kan er een aantal wezens in het midden staan en een aantal om de troon. Het uiterlijk van God In Op 4:3 staat: En Hij Die daar zat, zag eruit als de stenen jaspis en sardius. En er was een regenboog rondom de troon, die eruit zag als een smaragd. Het is interessant dat de eerste twee stenen die Johannes noemt om het uiterlijk van God te beschrijven, dezelfde kleur kunnen hebben. Beide stenen kunnen is verschillende kleuren voorkomen, maar ze komen allebei veel voor in een vergelijkbare roodtint. Aangezien jaspis en sardius worden genoemd is een rode kleur zeer aannemelijk. Is er een reden dat hij deze stenen noemt? Worden ze elders in de Bijbel ook gebruikt? Jaspis wordt in Openbaring 21 maar liefst drie keer genoemd: 11 Zij had de heerlijkheid van God, en haar uitstraling was als een zeer kostbare edelsteen, als een kristalheldere steen jaspis. 18 En het bouwmateriaal van de muur was jaspis en de stad was zuiver goud, gelijk aan zuiver glas. 19 En de fundamenten van de muur van de stad waren met allerlei edelgesteente versierd. Het eerste fundament was jaspis, het tweede saffier, het derde chalcedon, het vierde smaragd, Alle bovenstaande teksten gaan over het heilige Jeruzalem dat uit de hemel neerdaalt. De uitstraling, de muren en het eerste fundament van de stad zijn allemaal van jaspis. Het is wel merkwaardig dat jaspis en goud worden omschreven als kristalhelder en gelijk aan zuiver glas. Blijkbaar zullen materialen in het nieuwe Jeruzalem andere eigenschappen bezitten. Misschien is het wel hun volmaakte zuiverheid die op een totaal onbekende manier licht doorlaat en reflecteert. In het oude testament komen we jaspis in Ex. 28:20 ook tegen. Er wordt beschreven dat elke steen één van de 12 zonen van Israël vertegenwoordigt, ofwel de 12 stammen. Welke steen precies welke stam vertegenwoordigt wordt niet genoemd. Ik vermoed dat Jaspis bij de stam Juda hoort, omdat Jezus Christus uit die stam komt (leeuw van Juda). Dat zou mooi passen bij het rode uiterlijk van God zoals dat is beschreven in Op. 4:3. Hij wordt immers beschreven als een geslacht lam in Op. 5:6. De vier wezens Wie of wat zijn eigenlijk de vier dieren waar Op. 4:6 het over heeft? Het antwoord is waarschijnlijk te vinden in Js. 6. In Op. 4:8 staat dat de dieren zes vleugels rondom hadden. In Js. 6:2 staat: Serafs stonden boven Hem. Ieder had zes vleugels: met twee bedekte ieder zijn gezicht, met twee bedekte hij zijn voeten, en met twee vloog hij. Ook wat ze riepen in Jesaja en Openbaring lijkt sterk op elkaar. In beide gevallen begint hun geroep met: “Heilig, heilig, heilig is de HEERE”. Het is dus zeer aannemelijk dat de vier dieren serafs zijn. Wat zij serafs precies? Seraf komt van het Hebreeuwse werkwoord saraph, dat ‘branden’ betekent en ze worden alleen in Jesaja genoemd. Wat ze doen is elkaar toeroepen en God verhogen. Hoewel ze in Openbaring vertaald zijn als dieren, staat de grondtekst ook “levende wezens” toe. Het Griekse woord dat is gebruikt, is zōon. Dat kan zowel dier, beest als levend wezen betekenen. Laten we wat eigenschappen opsommen van deze merkwaardige wezens: • 6 vleugels rondom, van binnen vol ogen • 2 vleugels bedekken voeten, 2 vleugels bedekken gezicht, 2 vleugels voor vliegen • Vol ogen van voren en achteren • Lijken op een leeuw, kalf, mensengezicht en vliegende arend De laatste uiterlijke kenmerken waardoor ze verschillen van elkaar zijn elders in de Bijbel ook te vinden. Tijdens het prille bestaan van oude verbond, toen Israël voor de tijd van de eerste tempel nog een mobiele tabernakel had, legerden de twaalf stammen van Israël om de tabernakel heen. Aan alle vier de zijden van de tabernakel waren groepen van drie stammen gelegerd. De stammen hadden elk een vendel met de symbolen: leeuw, kalf/stier, mens en arend. We kunnen dus de parallellen vinden tussen de aardse en hemelse tabernakel. Ook is er een verwijzing naar het hemelse Jeruzalem waar iedere zijde van de stadsmuur drie poorten bevat, voor elke stam een poort. De zeven vurige fakkels Er was nog meer te zien bij de troon. Op. 4:5: En uit de troon kwamen bliksemstralen, donderslagen en stemmen. En er stonden zeven vurige fakkels te branden vóór de troon. Dit zijn de zeven Geesten van God. Zeven vurige fakkels doen erg denken aan de zevenarmige kandelaar die stond in het heilige van de tabernakel. Deze stond voor het voorhangsel samen met de tafel van de toonbroden en het reukofferaltaar. In Openbaring worden de zeven fakkels de zeven Geesten van God genoemd. Het getal 7 is natuurlijk gekozen om de betekenis ervan. In de Bijbel wordt het getal vaak genoemd als het om een voltooid of volmaakt aantal gaat. Zo rustte God op de zevende dag nadat hij alles had geschapen, veel feesten duurden zeven dagen, de boekrol in Op. 5 heeft zeven zegels, enz. Een week heeft nog steeds zeven dagen. De invloed van de Bijbel is in het dagelijks leven goed te merken. De glazen zee Op. 4:6a: En vóór de troon was een glazen zee, als kristal. Op. 15:2: En ik zag iets als een glazen zee, met vuur gemengd. En de overwinnaars van het beest, van zijn beeld, van zijn merkteken en van het getal van zijn naam stonden bij de glazen zee, met de citers van God. Het is duidelijk dat het echt op een zee lijkt. Het is in ieder geval iets waar niet op, maar bij gestaan werd. Het ene gedeelte beschrijft het als kristal, het andere als glas met vuur vermengd. Blijkbaar veranderd de zee bij bepaalde gebeurtenissen in de hemel. Wat is de betekenis van deze zee? Komen we hiervan ook een parallel tegen in het oude testament net als de zevenarmige kandelaar? In de tabernakel stond in het voorhof een koperen wasbekken, ook wel de koperen zee genoemd (1 Kr. 18:8; 2 Kr. 4:2-6). Deze diende als reinigingsvat, zoals staat in Exodus 30: 20 Wanneer zij de tent van ontmoeting binnengaan, moeten zij (de priesters) zich met water wassen, opdat zij niet sterven. Of wanneer zij tot het altaar naderen om dienst te doen door een vuuroffer voor de HEERE in rook te laten opgaan, 21 moeten zij hun handen en voeten wassen, opdat zij niet sterven. Dit is een eeuwige verordening voor hen, voor Aäron en zijn nageslacht, al hun generaties door. De koperen zee heeft dus alles te maken met heiliging, die voorkomt dat de priesters sterven. Symbolisch moeten ze hun handen en voeten wassen, wat reinheid in onze handel en wandel uitbeeldt. In het nieuwe verbond wordt een christen gedoopt in water. Door ons leven te verliezen voor Hem, zal het behouden worden (Lk. 9:24). Daarmee wordt het oude leven definitief achtergelaten, zoals Mozes en het volk, Egypte definitief achterlieten. Het is een teken van overwinning over de slavernij van de zonde die de dood voortbrengt, van heiliging. De overwinnaars in Op. 15 hebben hun leven en de wereld niet liefgehad, maar het afgelegd om de beloning van God te ontvangen in de hemel. In de hemel staan ze met citer bij de volmaakte zuivere zee om God te loven. Ze zingen twee liederen: een lied uit het oude en nieuwe verbond. Het lied van Mozes in Ex. 15 gaat over de ondergang van farao. De zee symboliseert ook de nederlaag van de vijand, die faalde om de overwinnaars afvallig te maken en te beroven van eeuwige redding. Het andere lied is het lied van het Lam. Hierin wordt God ook groot gemaakt en wordt er in de laatste zin de nadruk gelegd op oordelen die openbaar geworden zijn. Met dit lied wordt Gods oordeel uitgegoten over de aarde, over de mensen die het merkteken van het beest hebben en zijn beeld aanbidden. Het is toepasselijk dat de glazen zee en de zeven vurige fakkels voor de troon staan. Door de Heilige Geest kunnen we de wereld overwinnen. De 24 ouderlingen Om de troon van God zitten 24 ouderlingen. Wie zijn dit? Laten we eens kijken naar de omschrijving van deze mensen in Op. 4:4: En rondom de troon stonden vierentwintig tronen. En op de tronen zag ik de vierentwintig ouderlingen zitten, bekleed met witte kleren, en met gouden kronen op hun hoofd. Vierentwintig ouderlingen met witte kleren en gouden kronen wordt er beschreven. Ouderling kan zijn: een ouder persoon of een persoon in aanzien met een gerechtelijke functie. In de kerk is het iemand die toezicht houdt op de geestelijke gezondheid van leden. De betekenis van witte kleren is zuiverheid en heiligheid. In het oude testament lezen we dat wit zijn, m.u.v. melaatsheid of een witgeverfd graf, reinheid betekent. Zie bijvoorbeeld Js. 1:18 en Dn. 12:10. De gouden kroon is ook een sterk symbool, namelijk van Koninklijke autoriteit. In Op. 14:14 lezen we: En ik zag, en ziet, een witte wolk, en op de wolk was Een gezeten, des mensen Zoon gelijk, hebbende op Zijn hoofd een gouden kroon; en in Zijn hand een scherpe sikkel. De kroon is een teken van koningschap, de sikkel van oogsten. Ook een engel heeft een sikkel in Op. 14, maar daarmee worden na de goede oogst de tweede slechte oogst binnengehaald en die beland in de grote wijnpersbak van de toorn van God. We weten dus dat de ouderlingen mensen zijn met aanzien. Dat wil zeggen, ze hebben autoriteit in de hemel. Hun kroon is een teken ervan. Het zij dus heiligen, want hun kleren zijn wit. We weten echter niet wie het zijn, ze worden niet bij naam genoemd. Er zijn aanwijzingen die aangeven wie het zijn zodat we indirect toch meer te weten komen. In Op. 21 wordt er gesproken over het nieuwe Jeruzalem. We lezen dat de stad omgeven is door muren met 12 poorten die allemaal een stam van de Israëlieten als opschrift hebben. Daarnaast lezen we dat de fundamenten van de muren de namen van de 12 apostelen van het Lam dragen. Door het verbond dat God met Abraham, Isaak en Jakob sloot, werd Israel gezegend. Het oude verbond was echter niet volmaakt (Hb. 11:39,40) en de volmaaktheid moest nog komen. Toen het volmaakte was gekomen en iedereen verlossing kon krijgen door het offer van Jezus Christus, kon Israel werkelijk verzoend worden met God. Het doel van God met Jeruzalem is om een getuigenis te zijn voor de wereld en toegang te bieden tot God (Ez. 5:5). In Op. 21:22 staat: Ik zag geen tempel in haar, want de Heere, de almachtige God, is haar tempel, en het Lam. Iedereen die rein is mag de stad binnentreden om God te aanbidden. Het moet een overweldigende ervaring zijn om overal in de stad Gods aanwezigheid te voelen. De toegang van de stad wordt uitgebeeld met poorten van parel die toegang bieden. Heel de wereld is gezegend in Abraham en de 12 poorten zijn het symbool van de 12 stammen waardoor we toegang krijgen. Echter, Israel wees de Messias af en daardoor konden de heidenen toegang krijgen tot de genade van God. Maar God wil iedereen redden en door het geloof in Jezus Christus wordt Israël weer verzoend met God. De 12 apostelen van het Lam zijn de 12 vertegenwoordigers van het Lichaam van Christus die geloofsfundamenten zijn (van de muren). Het is een teken van het nieuwe verbond, dat de oude beloftes van God om te verlossen mogelijk maakt. De fundamenten van de muren is de genade die door het geloof in Christus wordt verkregen voor Israel en de heidenen die erop geënt zijn. Zonder fundament is een huis gedoemd om verloren te gaan, zoals Jezus verteld in Mt. 7:26,27. Terug naar de ouderlingen. Door het beeld van het heilige Jeruzalem is aangetoond dat het oude en het nieuwe samenkomen in een volbracht verlossingsplan. Het nieuwe verbond hersteld de relatie van God met Israel, die in het oude verbond was verbroken. Daarbovenop biedt het falen van Israel de heidenen ook verzoening. Het oude en het nieuwe worden vertegenwoordigd met 12 stammen en 12 apostelen. Dat zijn 24 vertegenwoordigers die de geschiedenis van Gods verbond met de mensheid uitbeelden. Wil jij je ervaring met anderen delen? Deel je ervaringsverhaal op Grabbits!

Schrijf mee, deel mee en groei mee! Geld verdienen met Grabbits? Lees hier verder...


Ervaringsverhalen bij dit artikel:

Er zijn nog geen ervaringsverhalen bij dit artikel geschreven.

Grabbits! maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak voor de bezoekers van haar website te vergroten, advertenties te beheren en haar website te analyseren. Door deze melding weg te klikken of gebruik te blijven maken van Grabbits! geef je toestemming voor het gebruik van cookies.

akkoordcookie verklaring