Ga naar de bovenkant van de pagina

De Duitse Herder

Geschreven door Nathalie Klaassen op 03 03 2016. Aantal keer gelezen: 1152. Permalink

De Duitse Herder

Categorieën: Dieren en Natuur, Huisdieren.

De Duitse Herder is van oorsprong een hond bij de kudde. Een jonge adjudant observeerde een hond in het Rijngebied. Hij was zo onder de indruk van wat hij zag, hoe precies ze werkte en hoe onvermoeibaar ze waren dat hij besloot deze honden te gaan fokken. Hij nam zich voor om een ras te fokken dat voor al het werk bij de schaapskudde geschikt zou zijn. Na een bezoek aan een hondententoonstelling was hij zo van één hond onder de indruk dat hij deze kocht, Hektor vom Linksrhein en later omgedoopt tot Horand Von Grafrath. 

In ons land werd de eerste Duitse Herder pas in 1910 tentoongesteld. Twee jaar later kwam de eerste Nederlandse vereniging voor Duitse herdershonden. In 1917 werd door een aantal Duitse Herder liefhebbers een nieuwe landelijke rasvereniging opgericht. In 1923 kwam het tot een fusie tussen deze twee verenigingen. De vereniging van Duitse herdershonden werd daardoor de grootste kynologische vereniging. En op de SV na zelfs de grootste vereniging ter wereld.

De Duitse Herder komt oorspronkelijk uit Duitsland en hoort thuis in rasgroep 1: de herders en veedrijvers. Hij is middelgroot, licht gestrekt, krachtig en goed gespierd. De kop is wigvormig en tussen de oren matig breed. De boven- en onderkaak zijn krachtig ontwikkeld. De neusrug is recht en de lippen zijn strak, goed aansluitend en donker van kleur. De neus is zwart van kleur.

De Duitse Herder heeft een schaargebit en deze moet krachtig, gezond en volledig zijn. De snijtanden moeten als een schaar in elkaar grijpen. De snijtanden van de bovenkaak gaan als een schaar over die van de onderkaak.

Zijn ogen zijn middelgroot en amandelvormig en iets schuin liggend. De ogen moeten zo donker mogelijk zijn. De oren zijn staand en van middelmatige grootte, die rechtop gedragen worden. De oren lopen spits uit en worden gedragen met de oorschelp naar voren. De hals moet goed bespierd en krachtig zijn, zonder losse keelhuid. De staart reikt minstens tot het spronggewricht en is aan de onderzijde iets langer behaard. De Duitse herder is er in twee typen beharingen: de stokhaar en de langstokhaar. Beide met onderwol. De kleuren zijn zwart met roodbruine, bruine, gele tot helgrauwe aftekening. Of eenkleurig zwart of grauw. De neusspiegel moet bij alle kleurslagen zwart zijn. De onderwol vertoont een lichte grauwe tint. De kleur wit is niet toegestaan.

De schofthoogte bij reuen is 60 tot 65 cm en bij teven 55 tot 60 cm.

De werklijnen hebben meer het oorspronkelijke karakter behouden en de showlijnen zijn vaak wat zachter van karakter. Ze zijn erg trouw voor de baas. Hij is opmerkzaam en handelbaar en hij moet moed, strijddrift en hardheid bezitten. Hij moet in karakter evenwichtig, zenuwvast, zelfverzekerd en absoluut onbevangen zijn. En zonder prikkeltoestand volkomen goedaardig. 


Ervaringsverhalen bij dit artikel:

Er zijn nog geen ervaringsverhalen bij dit artikel geschreven.

Top van de dag:

Grabbits! maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak voor de bezoekers van haar website te vergroten, advertenties te beheren en haar website te analyseren. Door deze melding weg te klikken of gebruik te blijven maken van Grabbits! geef je toestemming voor het gebruik van cookies.

akkoordcookie verklaring